#11

Rust pakken

Op de tribunes, ondanks corona, enkele duizenden mensen. Ze zwaaien met rood-blauwe vlaggen. Anton liefhebbert in voetbal kijken, op tv. Met een reep chocolade en een kop thee binnen handbereik. In het veld een speler met rugnummer 98 en eentje met 99. Nummer 100 ziet Anton niet.

In de rug van zijn hand een jaap, veroorzaakt door rondvliegend glas en gedicht met zwaluwstaartjes.

Het kernprobleem in Antons droom is van naamwoordelijke aard: met welk woord zal hij onderhorige manschappen aanduiden? Na lang wikken en wegen besluit hij tot ‘hoofd’. Hé hoofd!

Mus verjaagt roodborst van vetbol, eet buik vol en vliegt weg. Roodborst keert terug. Dezelfde roodborst? vraagt Anton zich af. En welke soort mus was dat? Van de halve kastanjepompoen wordt niet of nauwelijks gegeten.

Beuk en eiken strooien hun laatste bladeren rond. De natuur gaat zijn rust pakken. Anton kan geen goede reden bedenken waarom je je los zou moeten maken van deze gewoonte.

#10

Schone schijn

Waar ik vandaan kom, denkt Anton, doe je gewoon en zeg je niet alles wat in je opkomt. Je houdt de schijn op. Als een marmeren buste. Deze houding heeft hem geen windeieren gelegd én aan chronische maagpijn geholpen. Om zijn gevoelens kwijt te kunnen begon hij ooit een dagboek, de oorsprong van zijn schrijverij.

Waar je vandaan komt, heb je niet voor het uitkiezen, weet Anton. Je moet het er, als met het weer, mee doen. Wat niet wil zeggen dat je je achtergrond niet tegen het licht mag houden. En dat doet hij dan ook sinds enige tijd.

Zijn vader deed zelfs alsof hij niet doodging.

Boven sloopt Anton dat het een lieve lust is. Over mond en neus een mond-neuskapje, tegen vijftig jaar aan stof. Hij verbruikt meer mond-neuskapjes als beschermingsmiddel tegen stof dan het coronavirus. De tweede tien kuubs afvalcontainer is al voor meer dan de helft gevuld.

Na afloop opnieuw met de ellebogen in het ijs. In de keuken staat een pan met aardappelen & boerenkool op het vuur, voor boerenkoolstamppot, met spekjes. In de koelkast wacht een alcoholvrij biertje.

#9

Normoverschrijdend

Groenland smelt. Anton staart naar het pak Ierse riblappen uit de diepvries: 0,612 kg, voor een bonusprijs van € 3,67. Hij neemt zich voor om de lappen op oud-Hollandse wijze te stoven en er vanavond niet meer dan de helft van op te eten.

Harkus wil pal voor zijn stallen een nieuwe bedrijfswoning neerzetten, op honderd meter van Antons stee. Hoewel de woning een stukje van zijn uitzicht op de weilanden zal afknabbelen, heeft Anton er geen bezwaar tegen. Een mens moet weten te nemen en te geven.

Het bestemmingsplan verschaft ook nog aanvullende informatie over gezondheidsrisico’s die Anton en Hinke momenteel op hun woonplek lopen: (a) gemiddeld zes dagen per jaar wordt er de fijnstofnorm overschreden; (b) in het grondwater is een licht verhoogde concentratie barium gemeten, oorzaak onbekend.

Anton zoekt op wat Ba is en doet: barium is een ‘aardalkalimetaal’ dat in grotere hoeveelheden kan leiden ‘tot het opzwellen van de hersenen en lever en schade aanrichten in de nieren en het hart.’

In vergelijking met vorige woonplaatsen¹, concludeert hij, is het risico op een teveel aan fijnstof hier minder groot, en wat het grondwater betreft: dat pompen we niet op voor eigen gebruik. Al met al geen redenen voor bezorgdheid, dus.

Omdat de bibliotheken vandaag weer open zijn, heeft Anton zo’n goed humeur; er liggen enkele reserveringen² op hem te wachten.

  1. Waaronder Leeuwarden en Amsterdam.
  2. Ponthus, J. (2020). Aan de lopende band. Aantekeningen uit de fabriek. De Arbeiderspers. – Janssen, C. (2019). Caspar loopt. Een voettocht door de landschappen van Nederland. Atlas Contact.

#8

Schimmels en bacteriën

Anton zit met twee ellebogen in het ijs, een oude kwaal die opspeelt: twee ontstoken pezen, als gevolg van het bikken van het vloertje van beton, vol kiezelstenen.

In de berm dit keer een volwassen koe, zoals ze vanochtend in de stal werd aangetroffen, levenloos. Doodsoorzaak: onbekend. Alleen bij hoge uitzondering wordt geld aan een autopsie uitgegeven.

Een bedrijfsongeval dus. Schade: € 1200 aan slachtvlees.

In de verte kleuren velden oranje¹, grenzend aan de groene wei waarin Harkus’ koeien vaak weiden. Anton pakt het interview er nog eens bij, in de zaterdagkrant, met een hoogleraar die de effecten onderzoekt van pesticiden op mens, dier, plant en milieu.

‘Neem als voorbeeld weer even glyfosaat,’ zegt de hoogleraar, ‘daarvan weten we dat het schimmels en bacteriën in de bodem doodt. Dat doet het mogelijk ook met bacteriën in de longen en darmflora van mensen. Als dat zo is, vermindert dat onze weerstand en zijn we vatbaarder voor ziekten.’

Wat ook geldt voor dieren, denkt Anton. Welke gezondheidsrisico’s kleven hier eigenlijk aan het leven en in welke mate?

  1. Deze velden zijn bespoten met het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat: het ene gewas moet plaatsmaken voor het andere.

#7

Egotripperij

De houtkachel brandt ongenadig fel. Languit ervoor: Anton. In zwarte trainingsbroek en antracietkleurige sweater. Hij leest, althans als zijn ogen niet dichtvallen of gedachten afdwalen. Naar het hout in de kachel, bijvoorbeeld, dat uit eigen tuin afkomstig is en zelf gezaagd en gekloofd, wat hem voldoening geeft en doet glimmen van trots.

Ook vraagt hij zich af of een foto van hem in deze pose geschikt zou zijn als schrijversprentje op de achterflap van een nieuwe roman of novelle. Als hij er ooit nog in slaagt om iets van dien aard te voltooien.

Dit is egotripperij, denkt Anton na een momentje van bezinning, en veegt zich het schuim van de mond.

Na een woelige nacht rijdt hij door de regen een schoonmaakbeurt tegemoet en trekt een uurtje later, het regent nog steeds, met witte tanden weer op huis aan.

Thuis bestelt hij na ampele overweging vijf liter biologische groene aanslagreiniger en een drukspuit met draaggordel.

Voor Anton is de uitzonderlijkheid van de literatuur nevengeschikt aan de alledaagsheid van zijn huishouding.

#6

Wat zo is

Wie verbouwt komt dingetjes tegen, weet Anton. Hij inspecteert het dakbeschot en constateert verscheidene lekkages. Ernstig genoeg om nieuwe dakbedekking te overwegen. De betonpannetjes zijn al oud en versleten. Hij mailt zijn aannemer.

‘Als ik ergens aan begin,’ luidt een van Antons leuzen, ‘dan wil ik het ook vervolmaken.’

Ochtendnevel. Je hoort de ganzen wel maar ziet ze niet. Gevlamde bladeren van beuk en eik vallen in groten getale.

‘Mijn kind,’ zegt Antons moeder als ze Anton ziet uitstappen. Ze is 85 en zit in een verzorgingstehuis voor mensen met geheugenproblemen.

Ze gaan een eindje wandelen. Als een mevrouw op een fiets passeert zegt Antons moeder: ‘Dag meneer.’ Anton draait zich om en kijkt de fietser na: ‘Dat was toch een mevrouw, ma?’ ‘Ja, het was een mevrouw,’ reageert Antons moeder. ‘Maar je zei meneer.’ ‘Dat is zo,’ zegt ze en verandert van onderwerp.

Op de terugweg springen de vele blauwe reigers in het oog. Anton rijdt met een slakkengangetje en slaat de prachtbeesten oplettend gade. ‘Weet je,’ mompelt hij, ‘ik schrijf als een reiger, sta geduldig in de stroom van alledag totdat er iets voorbijschiet dat verwerkt moet worden.’

#5

Een loopje van gebeurtenissen

Hoop op een betere wereld heeft Anton niet. Het leven is te vaak een botsing tussen menselijke wil en een loopje van gebeurtenissen. Als puntje bij paaltje komt steekt de egoïst in ons de kop op. Ken uzelve.

Wie? Uzelve.

Terwijl de zon opkomt leest Anton in de hardback heruitgave van Geerten Meijsings De grachtengordel, die is uitgebreid met een nawoord over de ontvangst van het boek in 1992 en twee aanhangsels die de werkelijkheid onthullen waarop de roman is gebaseerd.

Wat Anton opvalt: dat hij nauwelijks spierpijn heeft van alle sloopwerkzaamheden van gisteren.

En van de eerste keer dat hij De grachtengordel las, een paperbackuitgave, herinnert hij zich nog dat hij er niet doorheen kon komen.

Schuin voor huis ligt opnieuw een dood kalf onder twee houten platen.

Boven wordt een begin gemaakt met het afbreken van een betonnen vloer. Verbouwinkjes zijn de beste manier om je huis te leren kennen, vindt Anton.

#4

Even edel als de mens

In Antons tuin zijn enkele merels neergestreken. Ze doen zich te goed aan bessen van de wingerd, in ruil voor gelikt vogelslag.

Waar Anton vrij zeker van is: dat mens dier is.

En ook: gedachten stuur je niet, die overkomen je.

Na vier uur zwoegen is de pijp leeg. Anton weet hoe hij met een grote verbouwing om moet gaan: elke dag een draadje is een hemdsmouw in het jaar. Hij heeft geen haast, wil dat de herstelwerkzaamheden goed worden uitgevoerd. Voor de vervanging van de dakkapel en enkele ramen is een aannemer in de arm genomen. Morgen en overmorgen krijgt hij hulp van Niek.

Als een van de merels weer eens een heerlijk lied aanheft, valt Anton een gedachte ten deel: dat hier de edelheid van de vogel wordt bezongen, even edel als de mens.

Op zijn minst.

#3

Gruwelijke gedachte

Tegen achten wordt de tien kuubs afvalcontainer op de oprit geplaatst. Voor Anton het sein om zijn overall aan te trekken en een berg bouwafval in de bak te mikken. Hij heeft zich te warm gekleed en zweet al snel als een koetspaard. Die idioot hoge temperaturen ook voor de tijd van het jaar. Deze winter wil Anton de bovenverdieping verbouwen.

Ondertussen denkt hij na over iets wat hij heeft gelezen: dat Martin Heidegger geen elektriciteit wilde in zijn hut in Todtnauberg. De filosoof weigerde zich te onderwerpen aan de heerschappij van de techniek. Anton vindt dit, zijn eigen elektraverslaving indachtig, cool. Hij ziet zichzelf bij kaarslicht en houtstoof nog wel een boek lezen, maar gruwt bij de gedachte aan een leven zonder blog of koud bier.

Aan het eind van de middag laat Anton zich voldaan in de tobbe zakken met een kop thee en een boek¹. Op het vuur pruttelt dahl van rode linzen.

  1. Het betreft de dichtbundel Tiktaalik, waarmee Kamiel Choi onlangs debuteerde en waarover Anton na lezing opmerkte: ‘Veel geraffineerde aanzetten, die te vaak sterven in schoonheid. Maar een aantal geslaagde gedichten maakt de bundel toch de moeite waard.’

#2

Met beide poten

Gebogen over een krant spelt Anton alle chaos en instabiliteit. In zijn fantasie heeft Noardeast-Fryslân zich al teruggetrokken van het wereldtoneel en staatkundig afgescheiden. In het diepst van zijn hart wil hij orde en regelmaat. Dan slaakt hij een zucht: hij begrijpt dondersgoed wat wel en niet kan. De werkelijkheid is als een weerbarstige lok die maar niet wil meegeven.

Lang heeft Anton gedacht dat hij op geen enkele plek ter wereld goed kan aarden en eeuwig onderweg zal zijn. Sinds hij negen maanden geleden met Hinke een oude hoeve in een winderig terpdorp betrok weet hij beter: eindelijk heeft hij contact gemaakt met de aarde, staat hij met beide poten in zware gitzwarte zeeklei.

Waarom is dat hier wel en elders niet gelukt? Dat raadsel wil Anton oplossen. Hij zoekt het vooralsnog in de hoek van de elementen: die hebben hier hun uitwerking nog, blazen hem nieuw leven in, telkens weer. Alsof hij een stap achterwaarts heeft gezet, richting jager-verzamelaar. Op het terpdorp is geen dag hetzelfde en elke dag gelijk.